‘Ik heb dikwijls nagedacht over het recept hoe gezond en vrolijk oud te worden. Maar eigenlijk is er geen recept voor. Het is je levenswijze en je moet natuurlijk ook een beetje geluk hebben. Zonder geluk vaart niemand wel.’
‘Ik kom uit een Zeeuws boerengeslacht. Ben gereformeerd opgevoed. Alles was gebaseerd op eenvoud. Ik heb altijd het recept voor simpelheid en eenvoud aangehouden. Ook toen ik een heel succesvolle zakenman was. Ik doe niets exuberants, niets overdrevens. Niet omdat ik het niet zou kunnen maar omdat ik het niet wil. Ik geniet van de eenvoudige dingen. Ik verdiep me in literatuur, ik verdiep me in geschiedenis, ik verdiep me in kunst. Ik denk dat dit soort dingen zoals nieuwsgierigheid en onderzoekingsdrang elementen zijn van gezondheid en innerlijke welvarendheid.’
‘In ieders hoofd zit een reusachtige computer die alles opslaat. Je moet alleen de techniek hebben om het er steeds uit te halen. En hoe ouder je wordt, hoe zwakker het talent wordt om dingen naar voren te halen. Ik heb er niet echt last van maar het overkomt mij regelmatig dat ik dingen vergeet. En dan kom ik weer iemand tegen uit mijn verleden en zie ik ineens hoe het gegaan is. Op zo’n moment ben ik heel gelukkig en denk wat is het leuk dat ik dat allemaal heb meegemaakt.’
‘Het leven is voor mij heel anders gelopen dan ik ooit had verwacht. En dat vaak door gelukkige factoren. Je moet niet bang zijn om een andere richting in te slaan. Als het op je pad komt moet je gaan. Dan moet je niet zeggen: Ik heb er geen zin in, ik kan het toch niet. Nee, het avontuur tegemoet. Ik heb altijd mijn gevoel gevolgd en dat is mij ontzettend goed bevallen. En hoe meer je het doet hoe meer zelfvertrouwen je krijgt. Dat maak het verschil. In begin denk je ik kan niets. Wat moet er van mij terecht komen. Maar stap voor stap merk je hoe het leven in elkaar zit. En op dat pad ga je verder. En dat houdt je gezond.’
‘Ik heb nog veel contact met vrienden en vriendinnen. Dat houdt mij erg goed op de benen. Je zou zeggen die oude mannetjes, die oude vrouwtjes die zijn uitgepraat. Maar het is nooit saai en wij bedenken ook allemaal dingen. Ik ben eigenlijk nooit alleen. En als ik eens alleen ben dan vind ik het heel prettig om alleen te zijn. Dan kan ik mij tenminste ergens in verdiepen.’
‘Ik kijk met groot verlangen uit naar de Europese kampioenschappen straks in juni. Dat is een van de dingen die ik graag nog mee zou maken. Weet niet of mij dat lukt maar denk het wel. Zo lang het duurt, duurt het. Ik heb daar geen invloed op. Ik ben niet bang voor de dood. Maar ik ben nooit bang geweest voor iets. Dat is misschien een van de geheimen van gelukkig oud worden. Dat je leert om dingen van je af te houden.’
Engel Verkerke, 1924