Mijn werk was altijd superbelangrijk voor me. Toen ik 60 werd kreeg ik de kans om te stoppen en die heb ik gepakt. Kort daarna werd mijn moeder ziek en een half jaar na de dood van mijn moeder overleed ook mijn man. Dan ben je opeens alleen.
Een vriendin heeft mij een hond gegeven. Dat heeft me erg geholpen, want dan moet je eropuit. Ik ben niet graag alleen. Ik moet mensen om me heen hebben. In die moeilijke periode heb ik twee keer tijdelijk vrienden in huis gehad van wie het huwelijk op dat moment niet zo goed liep. Dan krijg je te maken met de problemen van anderen en dat neemt iets weg van je eigen verdriet. Als ik terugkijk heeft me dat er een heel eind doorheen gesleept. Samen lachen, samen huilen.
Als er vervelende dingen gebeuren in je leven en je zelf in de put gaat zitten dan kan je niets betekenen voor anderen, maar ook niet meer voor jezelf. Het helpt om soms gedachtes te kunnen blokkeren en dingen niet te diep door te laten dringen. Dat leerde ik juist door de nare momenten. Inmiddels lukt het me goed om een keuze te maken tussen de gevoelens en gedachtes die ik wil toe laten en degenen die ik weg wil zetten. Mijn moeder had dat ook heel sterk. Ze had letterlijk een knop die ze zo om kon zetten. Na de dood van haar lievelingszus bijvoorbeeld was ze een tijd lang in rouw en op een dag zei ze tegen me: ‘Vanaf morgen pak ik mijn leven weer op’. En dat heeft ze gedaan. Dat vind ik heel knap.
Ik vind het heel fijn om een partner te hebben. Je doet en deelt veel met elkaar. Mijn huidige partner is ook zijn eerste vrouw verloren. We kunnen er goed over praten. Verder vergelijk ik mijn relaties niet met elkaar. Als je na zo veel jaar huwelijk opnieuw aan een relatie begint is het niet meer zoals de kalverliefde die je voelde toen je twintig was. Het wordt juist iets dat groeit. We hebben elkaar via internet ontmoet en dan de eerste maanden alleen gebeld en geschreven. Ik vond het nogal spannend om hem de eerste keer in levenden lijve te ontmoeten. Klikt het wel of klikt het niet? We hebben gelukkig heel veel overeenkomsten. De echt belangrijke dingen, daar denken we hetzelfde over. De manier hoe je met mensen omgaat bijvoorbeeld en respect voor anderen. Voor de rest moet je naar elkaar toe groeien, dat heeft tijd nodig.
Het is goed om leeftijdsgenoten om je heen te hebben maar het is ook heel fijn om met mensen van andere leeftijden op te trekken. Twee van mijn vriendinnen zijn zeker 10 jaar jonger dan ik en twee anderen zijn 10 jaar ouder. Met die twee laatste ga ik graag op vakantie en als ik zie hoe fit zij nog zijn en wat ze allemaal nog doen, dan denk ik wel eens: ‘Zo wil ik wel oud worden’.
Ik hou van de natuur en besteed heel veel tijd aan mijn tuin. En ik kan enorm genieten van de kleine dingen. Vroeger was ik veel meer bezig met mijn werk en de dingen die ik allemaal ‘moest’ en had ik daardoor minder aandacht en ruimte voor wat er echt toe doet. Soms kan ik opeens heel emotioneel worden, waarom weet ik niet. Ik heb een nichtje waar ik heel goed mee overweg kan. Zij heeft ook behoorlijk wat mee gemaakt en als het dan even te veel wordt zeggen we tegen elkaar: ‘Keep smiling!’
Alberdina (Diny) Maatjes, 1939