‘Vroeger had ik niet kunnen bedenken dat het leven er ooit zo uit zou kunnen zien. Vrouwen hebben nu zo veel meer vrijheid en de relatie tussen ouders en kinderen is nu zo veel warmer en vriendschappelijker. Het is er echt beter op geworden. Maar ook al vond ik het niet altijd leuk als tweede meisje in een katholiek gezin van 11 kinderen, toch ben ik blij dat ik het allemaal precies zo heb meegemaakt. Het was ontzettend leerzaam.’
‘Ik leef vanuit mijn eigen gevoel, dat is altijd al zo geweest. En ik laat me leiden door wat op een natuurlijke manier op mijn pad komt. Zo was ik nooit van plan geweest om weg te gaan uit mijn oude huis. Mijn man zei altijd: ‘Hier kunnen we blijven tot onze dood.’ Maar ‘tot onze dood’ heeft hij niet gehaald. We hebben er zes jaar samengewoond voordat hij overleed aan een herseninfarct. Daarna woonde ik nog 11 jaar alleen, zonder de intentie om ooit te vertrekken. Tot opeens alles samenviel. De tuinman ging weg en de klusjesman die ik ‘s ochtends nog had gezien was die avond opeens overleden. Rond dezelfde tijd viel ik van mijn fiets en opeens wist ik dat het tijd was om te verhuizen. Nu woon ik met veel plezier in een aanleunwoning in ‘De Burghave,’ op de bovenste verdieping met uitzicht op mijn oude huis.’
‘In het begin had ik ontzettend heimwee. En ik kon er maar niet de vinger erop leggen hoe dat kwam. Tot ik besefte dat ik de spullen van mijn man miste die ik niet mee had kunnen nemen naar dit appartement. Zijn kamerjas, zijn bureau, zijn computer… ze waren me allemaal zo vertrouwd. Gelukkig kon ik de meeste dingen doorgeven aan onze oudste zoon en dat doet me deugd. Ik geef graag en veel aan mijn kinderen. Ze zijn het ook waard. We hebben zo een leuk contact. Sinds de lockdown Zoomen we iedere zondag, samen met de kleinkinderen. Zo blijf ik op de hoogte waar iedereen mee bezig is. Er heerst zoveel vrijheid en harmonie. Niemand die zich ongevraagd met de ander bemoeit.’
‘Ik denk veel na over wat me overkomt en hoe ik daarmee omga. Ik voel in alles mijn eigen verantwoordelijkheid, dat is mijn leidraad. Maar als ik een wens zou kunnen doen dan zou ik er graag achter willen komen of zoiets als een God echt bestaat. Ik ben ermee opgegroeid en het geloof zit diep in me. Ik zie ook telkens weer de wonderen om me heen gebeuren, hoe iets op precies het goede moment gebeurt of ontstaat. Maar zeker weten doe ik het niet en die twijfel zou ik graag kwijt willen. Maar goed, ook al zal ik het nooit zeker weten, het geeft me een enorme rust.’
‘Ik ben erachter gekomen dat ik heel goed alleen kan zijn. Vroeger was ik dat nooit en nu ben ik dat best vaak en dat vind ik fijn. Ik hou erg van lezen en wandel iedere dag om mijn knie soepel te houden. Maar ik hou ook erg van niets doen. Dan zit ik hier, kijk ik naar buiten naar mijn oude huis of naar de zonsondergang en geniet ik van de herinneringen aan alles wat ik heb meegemaakt. Niemand die zich met mij bemoeit en geen verplichtingen. Ik hoef niets meer en dat vind ik fijn. Ik ben heel happy.’
Do Sijpkens, 1932