Ik heb een groot deel van mijn leven restaurants gehad of bestuurd. Mijn ouders hadden ook een eigen hotel met café-restaurant en als het aan hen was gelegen, was ik zeker iets anders gaan doen, maar er was blijkbaar geen ontkomen aan. Met 14 had ik al mijn eerste horecabaantje. Ik bleek talent te hebben en heb in die tijd aardig wat geld verdiend, gewoon door aardig te zijn. Het mensen naar de zin maken vind ik tot op de dag van vandaag een van de mooiste dingen die er zijn.
Mijn eerste eigen restaurant (Dorloté te Amersfoort, red) was meteen een succes. We deden ‘handel in aandacht’, dat was de truc. Ik had ooit een stuk gelezen van een econoom in het NRC. Die schreef dat aandacht het meest schare goed van de toekomst wordt. Dat heb ik altijd onthouden. En ik hou van gezelligheid. Ik vond het heel belangrijk dat iedereen blij was, ook mijn personeel. Ik kom nu nog regelmatig mensen tegen die vroeger voor me hebben gewerkt en ze zeggen unaniem dat ze bij mij wat hebben geleerd. Dat vind ik het leukste om te horen.
Ik heb mooie successen behaald maar het is een paar keer ook behoorlijk misgegaan. Het ging me altijd om de mens, en de geldzaken vond ik minder belangrijk. Dat heeft me op de lange termijn parten gespeeld. En toch heb ik niet echt spijt van dingen. Daar ben ik denk ik te laconiek voor. Ik had ook nooit nagedacht over dingen als pensioen. Gelukkig heeft een van mijn zakelijke contacten dat wel gedaan en kan ik nu op een bescheiden manier leven zoals ik dat wil.
Ik voel me zelfs best rijk. Ik heb veel beleefd en die belevenissen ervaar ik als rijkdom. Als ik nu op een zonnig plein zit met een cappuccino en ik bestel er nog een kleine cognac bij dan tel ik mijn zegeningen. En ik word nog regelmatig door voormalige collega’s gevraagd om te helpen bij een van hun projecten. Dat doet me deugd. Ik hou nog steeds van eten, drinken en gezelligheid, maar ik ben me er ook van bewust dat ik de balans moet houden om dit zo lang mogelijk te kunnen doen.
Een jaar geleden is een hele goede vriend van me overleden aan longkanker. Ook een horeca jongen. De laatste maanden heb ik hem vaak opgezocht. Koken, voetbal kijken en vooral veel lachen. We hadden oprecht plezier, vooral veel galgenhumor. Zijn oudste zoon, die net zo oud is als de mijne, was er vaak bij. Daar ontstond iets heel waardevols en dat vind ik inspirerend. Je kan nog veel moois beleven, ook al is het een aflopende zaak.
Als het even kan dan wil ik ook blijven lachen tot aan het einde. Als ik zelf zo ver ben koop ik het boek ‘Je doet het maar een keer’ van Barbara Beukering. Ik heb een paar verhalen van haar gelezen in de Volkskrant, geweldig! Iedereen doet het op zijn eigen manier en dat vind ik inspirerend. Als ik zelf de pijp uitga wil ik in een kist over de begraafplaats worden gedragen. Dat vind ik een mooi gezicht. En ik ga er hoe dan ook voor zorgen dat mensen bij elkaar kunnen komen en samen kunnen genieten. Daar gaat het om: samen huilen, samen lachen, samen genieten.
Erik Bikkers, 1948